Industriebranden teisteren Goes
1960 – 1969: Groei van de stad, betere samenwerking en nieuw materieel
De jaren zestig brachten opnieuw grote veranderingen voor de brandweer in de gemeente Goes. De stad groeide snel, niet alleen het anatal inwoners, ook de bedrijven en industrie weten de Ganzestad te vinden. Dat betekent ook meer werk voor de brandweer, ook op het gebied van brandpreventie. De brandweer krijgt in deze periode vaker te maken met branden in fabrieken, loodsen en werkplaatsen. Soms blijft de schade beperkt, maar bij andere branden gaan complete magazijnen of schuren verloren. In 1967 komt er een belangrijke aanwinst bij: de eerste autoladder van het korps.
In de jaren zestig breidde Goes zich ook ten zuiden van de spoorlijn uit. Er kwamen een westelijke en oostelijke ontsluitingsweg, terwijl het grote industrieterrein in het zuiden en het havenindustrieterrein in het noorden van de stad ontstonden. Aan het eind van het decennium werd het bestemmingsplan Goese Polder vastgesteld.
Begin jaren zestig beschikte de brandweer van Goes over drie bluseenheden. De ‘Geesink’ was een moderne tankautospuit met hoge druk, de ‘Van Bergen’ vormde samen met een motorspuitaanhanger de tweede uitruk, en de ‘Kronenburg’, de open autospuit uit 1939, kon dankzij de revisie van 1955 nog goed meekomen met het moderne materieel.
Ook de omliggende korpsen beschikten over herkenbaar materieel. Brandweer Wolphaartsdijk had de ‘Bertha’, een Opel Blitz die een motorspuitaanhanger trok. In ’s-Heer Arendskerke werd een Dennis-motorspuit getrokken door een Bedford. Kattendijke gebruikte een Austin-autospuit met voorbouwpomp, terwijl brandweer Kloetinge een Chevrolet legervoertuig als trekker voor hun motorspuit had. In 1961 wordt deze wagen vervangen door een splinternieuwe Chevrolet-trekker-manschappen-materieelwagen. Deze Chevy was door firma Lansen in ’s-Gravenpolder omgebouwd tot brandweerwagen.
Nieuwe landelijke huisstijl
In 1962 startte voor het eerst een rijksopleiding voor beroepsbrandweerofficieren. Hierdoor moesten niet alleen de brandwachten, maar ook de officieren beschikken over een diploma. Met de opleiding kwam ook een nieuwe huisstijl. Een officieel brandweerembleem werd geïntroduceerd, en ook het uitgaansuniform en de rangonderscheidingstekens kregen een update. De Goese vrijwilligers, die niet achter wilden blijven, mochten hetzelfde uniform dragen als de beroepsbrandweer. Als vrijwilliger waren zij te herkennen aan de bredere rode details in de rangonderscheidingstekens.
Begin jaren zestig vonden ook de eerste landelijke onderhandelingen plaats over het regionaliseren van brandweertaken. De gemeenten waren echter terughoudend, omdat zij geen dure reorganisatie wilden doorvoeren.
Brandpreventie
Ook dit decenium werden er diverse adviezen op het gebied van brandpreventie afgegeven. Zo werden er adviezen gegeven voor Lijmfabriek Perfecta, Huize Berg, ziekenhuis Bergzicht en diverse bejaardentehuizen. Ook waren er adviezen voor het plaatsen van blusmiddelen in openbare gebouwen. Risicovolle fabrieken werden bezocht en waar nodig werden er aanvalspalnnen opgesteld.
Bijzondere inzetten
Hooibroei was waarschijnlijk de oorzaak van een uitslaande brand in de landbouwschuur van boer De Jonge in de Noord-Kraaijertpolder. De brand brak uit op vrijdagmiddag 28 juli 1961. Binnen tien minuten waren de brandweerkorpsen van ’s-Heer Arendskerke en Nieuwdorp ter plaatse, maar de vijftig meter lange houten schuur met rieten dak stond al volledig in brand. Twee paarden en een tractor konden nog net in veiligheid worden gebracht, maar een deel van de kippen overleefde het vuur niet.


Overblijfselen na de brand tijdens het nablussen.
(PZC)
Op 1 februari 1962 waren de Goese spuitgasten net terug van een schoorsteenbrand aan de P.C. Quantstraat, toen ’s avonds de piepers opnieuw afgingen. Dit keer voor een binnenbrand bij carrosseriefabriek Hendrikse aan de Marconistraat. Door oververhitting van een oliekachel waren een werkbank en enkele autobanden in brand geraakt. Bij aankomst van de eerste eenheid hadden de vlammen net het dak bereikt. In het jaarverslag staat te lezen: “Door dapper doordringen van de brandweermannen onder dekking van een nevelstraal, kreeg men, ondanks de hevige rookontwikkeling in de hal, de brand vrij snel onder de knie.”
Brand radio- en televisiezaak Wouters
Op 14 februari 1962 verongelukten drie jonge hondjes bij een brand in radio- en televisiezaak Wouters aan de ’s-Heer Hendrikskinderenstraat. De begane grond brandde volledig uit, terwijl de bovenwoning zware rook- en waterschade opliep. De eigenaar en zijn hoogzwangere vrouw konden op tijd in veiligheid worden gebracht. De brand werd geblust met de Geesink en de Kronenburg.
Een dag later brandde het pand van Duvekot aan de J.A. van der Goeskade volledig af. Dankzij de inzet van meerdere stralen bleven de naastgelegen panden gespaard. Ook de dag daarop was er een brand, ditmaal in een winkel aan de Lange Vorststraat. Het brandje tussen het plafond werd na wat sloopwerkzaamheden snel geblust. De reeks branden eindigde de dag daarna met een schoorsteenbrand aan de Bankertstraat. Het was erg koud die dag, en een kop koffie van de bewoner werd door de brandweerlieden zeer op prijs gesteld, zoals het brandrapport vermeldt.
Brand Amstel Bar
Een korte maar felle brand verwoest een groot deel van de Amstel Bar aan de Magdalenastraat. Eigenaar Bram de Kubber was niet thuis, waardoor de Ganzeblussers zowel de voor- als achterdeur moesten forceren om het vuur te kunnen bestrijden.
Het jaar 1963 begon erg koud, wat leidde tot een reeks schoorsteenbranden. Ook in de ’s-Heer Hendrikskinderenstraat ontstond een brand door een te hete kachel, die het hout ernaast in vuur en vlam zette. Verpleegkundigen van Huize Den Berg probeerden de brandkranen in de straat te ontdooien, maar dat lukte niet. Daarom moest het water vanaf de haven worden aangevoerd.
Op 14 mei 1963 stortte bij de in aanbouw zijnde Koningin Wilhelminaschool een steiger over een lengte van 35 meter in. Daarbij vatte twee ketels mastiek en een gasfles vlam. Een dakbedekker raakte gewond aan zijn rug en moest met een beschadigde wervel naar het ziekenhuis worden gebracht. Het brandje werd gelukkig snel en vakkundig geblust.
Brand De Schelde
Op woensdagavond 8 juli 1964 zat een groot deel van het korps nog in de kantine te kaarten na de wekelijkse oefenavond, toen de piepers afgingen voor een uitslaande brand. Bij gymnastiekwerktuigenfabriek De Schelde aan de Ossenhoofdstraat stond een magazijn in brand. In recordtijd rukte het korps uit. Ter plaatse sloegen de vlammen inderdaad al door het dak. De eerste bluseenheid werd opgesteld in de Ossenhoofdstraat, terwijl de tweede wagen aan de Turfkade water uit de haven pompte. Na een halfuur had het korps de brand onder controle.
Grasdrogerij Timmerman
Op 24 juli 1964 was er opnieuw een uitslaande brand in de Ganzenstad, dit keer bij grasdrogerij Timmerman aan de ’s-Heer Hendrikskinderendijk. De twee Goese blusvoertuigen werden ingezet met drie hogedrukstralen en twee lagedrukstralen. Uit voorzorg werd ook brandweer Wolphaartsdijk gealarmeerd, maar deze hoefde niet in actie te komen.
Eind juni 1966 rukte de Goese brandweer uit naar een uitslaande brand in een leegstaande landbouwschuur aan de Westerstraat. De spuitgasten concentreerden zich vooral op het sparen van het los van de schuur staande woonhuis, wat gelukkig lukte. In de schuur stond alleen een auto, die volledig ten prooi viel aan de vlammen. De schuur was eigendom van de gemeente, na onteigening in verband met de aanleg van de Ringbaan West.
Bij een brand bij Duvekot aan de J.A. van der Goeskade gingen 250 ton zaden verloren. De brand was ontstaan door laswerkzaamheden aan het dak van de zaaddrogerij.


Een woningbrand aan de Jacoba van Beierenstraat op zondag 7 mei 1967 bleek een flinke klus. Toen het eerste blusvoertuig rond elf uur ’s avonds arriveerde, sloegen de vlammen bij de daknok van de naastgelegen woning al naar buiten. Met twee bluseenheden en vier stralen werd het vuur bestreden, maar het resultaat viel tegen en ook een derde woning vatte vuur. Brandweer Kattendijke en Wolphaartsdijk werden gealarmeerd, maar hoefden bij aankomst gelukkig geen actie meer te ondernemen.
Brand bij textielbedrijven
In 1968 brandde regenkledingfabriek Fitwell aan de Oostsingel af. Nog geen vier maanden later wordt een andere textielfabriek, die van Weststrate en Zoon aan de Voorstad, prooi van de vlammen. Met 27 brandweerlieden en negen stralen werd de brand bedwongen. Uit de garage op de begane grond werden nog enkele auto’s verwijderd.
Zowel Fitwell als Weststrate kan binnen enkele maanden herbouwen. Weststrate gaat enkele jaren verder als PWG, bekend van de brandweerkleding.
Begin augustus 1969 was er brand in een magazijn voor woontextiel van Sinke-de Graag aan de ‘s-Heer Hendrikskinderenstraat. Het achterste deel, een oude houten schuur, brandde geheel af. Naastgelegen panden bleven schadevrij. Met zes stralen is de brandweer na 40 minuten brand meester.
Later die maand was er brand in het schoenmagazijn van het pand aan de Grote Markt 1. De ingang van het magazijn was aan de Rijfelstraat. Binnen lagen vele schoenen en een grote colectie rubberen laarzen opgeslagen. Het rubber gaf dusdanige zwarte rook, dat de Grote Markt af en toe verduisterd was. Er wordt water gehaald uit de drinkwaterleiding, maarliefst acht stralen werden ingezet. Brandweer Kattendijke gebruikte de Stadshaven vanaf de Grote Kade om extra bluswater te verkrijgen. Brandweer Middelburg levert extra persluchtflessen. Na bijna zes uur is de brand uit.
Samenwerking Zuid- en Noord-Beveland
In 1965 werd een rapport opgesteld. Daarin stond de vraag centraal of de verschillende gemeentelijke korpsen op Zuid- en Noord-Beveland beter konden samenwerken. Het gebied telde maar liefst 26 gemeenten, ieder met een eigen brandweerorganisatie.
In het rapport kwamen ook afspraken aan bod. Zo ging het over hulp bij grote branden, de lonen van de brandweerlieden en de sterkte van het materieel. Goes werd aangewezen als centrale hoofdpost. Vanuit de kazerne in de Brouwersgang kon het korps de nevenposten ondersteunen met een autoladder, een gereedschapswagen of de poederblusaanhanger.
Opheffen brandweer Kloetinge
In 1967 werd brandweer Kloetinge ondergebracht bij de brandweer van Goes. Via een gemeenschappelijke regeling worden de financiën geregeld. Bij brand houdt de burgemeester van Kloetinge het opperbevel. De vrijwilligers van Kloetinge waren allemaal welkom in het Goese korps.
De zes jaar oude Kloetingse Chevrolet werd door de Goese brandweer overgenomen en omgebouwd tot een gereedschap-materieelwagen, een voorloper van het latere hulpverleningsvoertuig. Ook de motorspuitaanhanger van het Kloetingse korps verhuisde naar de Goese Brouwersgang.
Meer Materieelnieuws
Naast de aanschaf van de Chevrolet-Lanssen trekker-manschappen-materieelwagen door gemeente Kloetinge in 1961, volgde een nieuwe wagen voor ‘s-Heer Arendskerke in 1963. Een Commer Walk-Thru werd door de firma Bikkers omgebouwd tot manschappen-materieelwagen. De Commer werd trekker van de Dennis-motorspuitaanhanger.
Toen in 1966 de ‘Van Bergen’ aan vervanging toe was, schafte het gemeentebestuur een nieuwe Chevrolet-Kronenburg personeel-materiaalwagen aan. De wagen fungeerde als trekker van een motorspuitaanhanger en vormde, naast de ‘Geesink’-tankautospuit, de tweede bluseenheid van het korps.

De oude motorspuit van de BB, voornamelijk in gebruik bij oefenen en opleidingen werd in 1966 verhuurd aan korps ‘s-Gravenpolder voor 250 gulden per jaar. De eigen motorspuit was defect, en de aanschaf van een tankautospuit was door het gemeentebestuur uitgesteld. Met de Goese spuit konden ze weer een paar jaar vooruit.
De Witte Magirus
Een lang gekoesterde wens van de brandweer werd in 1967 eindelijk werkelijkheid: de eerste autoladder werd in gebruik genomen. Eerder gebruikte men wel mechanische ladders, bevestigd op een kar, maar die moesten ter plaatse nog met de hand worden uitgezet. De Magirus-autoladder had een ladderpakket van 30 meter lang. Het voertuig was bovendien het laatste dat in de wit-rode kleurstelling werd gespoten.
In 1968 schaft de gemeente Wolphaartsdijk een nieuwe motorspuitaanhanger aan, Kronenburg levert de spuit die uitgevoerd is met een Porsche Industrie motor van 54 pK.
Aan het einde van de jaren zestig dienden de nieuwe veranderingen zich al aan. Per 1 januari 1970 zal een grote gemeentelijke herindeling plaatsvinden. De gemeenten Wolphaartsdijk, ’s-Heer Arendskerke, Kattendijke en Kloetinge zullen dan worden samengevoegd met Goes. Daarmee groeit ook het brandweerkorps. De korpsen uit de dorpen gaan deel uitmaken van één grotere organisatie. Dit vormt het begin van een nieuwe fase voor de brandweer in en rond Goes, een ontwikkeling die in de jaren zeventig verder vorm zal krijgen.

(archief brandweer Goes)



