Van spuitgast naar all-round hulpverlener
1970 – 1979: binnenstadbranden en nieuwe taken voor een nieuwe gemeentebrandweer
De jaren zeventig brachten grote veranderingen voor de brandweer in Goes. De gemeente groeide door herindelingen. Korpsen uit omliggende dorpen gingen op in de organisatie. Tegelijkertijd veranderde ook het werk van de brandweer. Grote binnenstadsbranden en verkeersongevallen vroegen om een andere aanpak. Nieuwe voertuigen, ademlucht in de tankautospuiten en de eerste stappen richting technische hulpverlening maakten hun intrede.
In de jaren 1970 was de stad Goes volop in ontwikkeling. De wijk ‘Goese Polder’ werd in hoog tempo volgebouwd en aan het einde van de jaren 1970 begon ook de bouw van de wijk ‘Noordhoek’. Tegelijk kreeg recreatie binnen de gemeente een steeds belangrijkere plek. Vanaf 1970 legde de rijksoverheid meer taken bij gemeenten neer. Voor kleine gemeenten werd het daardoor steeds lastiger om alles zelf te organiseren. In heel Nederland volgden gemeentelijke herindelingen. Op Zuid-Beveland daalde het aantal gemeenten van 24 naar vier. Door de samenvoeging met Kloetinge, ’s-Heer Arendskerke, Kattendijke en Wolphaartsdijk groeide de gemeente Goes van 18 duizend naar 26 duizend inwoners.
De gemeentelijke herindeling op de Bevelanden maakte het brandweerkorps Goes niet alleen groter, maar ook slagvaardiger. De korpsen van Wolphaartsdijk, ’s-Heer Arendskerke en Kattendijke gingen op in Goes. Daardoor kreeg de brandweer meer kracht en kon zij een groter gebied bedienen binnen de nieuwe gemeente.
Voor de vrijwilligers stelde de gemeente het uurloon vast op 7 gulden bruto. Ook kwam er een nieuwe rechtspositieregeling, waarin de arbeidsvoorwaarden van het brandweerpersoneel werden vastgelegd.
Opheffing korps ‘s-Heer Hendrikskinderen
De samenvoeging betekende het einde van de blusgroep in ’s-Heer Hendrikskinderen. Commandant Remijn en enkele vrijwilligers gingen verder bij de blusploeg in ’s-Heer Arendskerke.
Na het vertrek van de brandweer werd het spuithuisje, waar het materiaal stond opgeslagen, gesloopt. Veel materieel had de blusgroep overigens niet. Het dorp beschikte niet over een voertuig of motorspuit. De brandweer moest het doen met een slangenwagen en enkele attributen om vanaf de waterleiding slangen uit te leggen.
Drukke januari
Januari 1970 werd een drukke maand voor de Goese brandweer. Op 7 januari, rond acht uur ’s avonds, ging het alarm voor een woningbrand aan de Oostsingel. Kinderen die met vuur speelden, hadden de zolderverdieping in brand gezet. De brandweer kreeg het vuur onder controle en kon na drie kwartier weer inrukken. De rust leek teruggekeerd in de stad, maar dat duurde niet lang.
Nog diezelfde avond, rond half elf, zag een voorbijganger rook bij graanhandel ‘Duvekot’ aan de Van der Goeskade. In een opslagruimte van de graanhandel was brand uitgebroken. De brandweer probeerde het vuur eerst van binnenuit te bestrijden, maar al snel sloegen de vlammen uit het pand en werd een binnenaanval te gevaarlijk. Ook de korpsen van Wolphaartsdijk en Kattendijke kwamen assisteren. Met dertig spuitgasten wist de brandweer te voorkomen dat het vuur oversloeg naar de silo’s. Daarbij hielp een betonnen muur tussen de brandende opslag en de silo’s aanzienlijk. In het gebouw van 26 bij 16 meter lagen koolzaad en raapzaad opgeslagen. Op de verdieping stonden verschillende machines. Volgens de eigenaar liep de schade op tot een half miljoen gulden.
Twee dagen later vielen een dode en een zwaargewonde bij een ontploffing op zandzuiger ‘Zandkreek II’. Tijdens het ontsmetten van de motor met benzine ging het mis. Een gaskacheltje ontstak de benzinedampen, waarna een ontploffing en brand volgden. De brandweer rukte met twee spuiten uit. In dezelfde week bluste het korps ook nog een schoorsteenbrand bij Volkswagen-dealer ‘Van Strien’.
Op 24 januari rukten de Goese spuiten opnieuw uit. De woning van het echtpaar Geijsen stond volledig in brand. Vlammen sloegen door de ramen en het dak naar buiten. Met vier stralen wist de brandweer overslag naar naastgelegen woningen te voorkomen. Niet alleen de volledige inboedel ging verloren, ook de muren raakten ontzet en de voorgevel scheurde in.
Na nog drie kleinere incidenten volgde op 28 januari de negende uitruk van die maand. Een aannemerswerkplaats aan de ’s-Heer Hendrikskinderenstraat stond in brand. In eerste instantie kreeg de brandweer een melding van brand in de naastgelegen boerenschuur van boer De Feijter. Daarom gaf men direct groot alarm. Al snel bleek dat niet de schuur, maar de leegstaande werkplaats in brand stond. Met zestien man en zes stralen voorkwam de brandweer dat het vuur oversloeg naar de schuur.
01100-4444
Op 15 januari 1971 nam commissaris van de Koningin de heer Aartsen het hulpcentrum voor Midden- en Noord Zeeland in gebruik. Het centrum kwam in het politiebureau van Goes. Via het nummer 01100-4444 konden inwoners voortaan hulp inroepen van de brandweer, politie, ambulance en de BB.

Om extra aandacht te vragen voor het nieuwe alarmnummer werd op de Grote Markt een hulpverleningsevenement gehouden. Bezoekers konden daar het materieel van de Goese brandweer bekijken. Ook de nieuwe autoladder van Middelburg, brandweerspuiten uit Zierikzee en Tholen en een oldtimer van de brandweer uit Wemeldinge waren aanwezig. Daarnaast lieten ook de BB, de politie en een ambulance zich zien.
Noodweer
Begin april 1973 richtte een zware storm veel schade aan in ’t Goese. Bij drie woningen rukte de wind het dak volledig weg. Ook bij een garage in aanbouw werd het dak van de constructie gelicht. Bij een andere woning wist de brandweer grotere schade te voorkomen. Door het dak met stutten en schoren te ondersteunen, bleef het behouden.
Op maandag 15 augustus 1977 kreeg Goes opnieuw te maken met noodweer. In korte tijd viel er tijdens een hevige wolkbreuk zo’n veertig millimeter regen in slechts een kwartier. De binnenstad stond al snel blank. Winkels, kelders en enkele restaurants liepen onder water. Ook op de weg ontstonden problemen. Door de enorme hoeveelheid regen gebeurden in korte tijd zeven aanrijdingen. Een automobilist, die het verschil tussen weg en water niet meer zag, reed zelfs de Goese haven in. De brandweer bleef tot laat in de avond bezig om kelders en winkels leeg te pompen.
Regionale brandweer
Al in de vroege jaren 1970 ontstond de wens om meer samen te werken binnen de brandweerzorg. In Zeeuws-Vlaanderen werd een begin gemaakt met regionale samenwerking. In 1973 gingen ook gemeenten op Walcheren, de Bevelanden en Schouwen-Duiveland met elkaar in gesprek. Toch lukte het de partijen niet om tot een gezamenlijke organisatie te komen.
Pas in oktober 1976 werd de gemeenschappelijke regeling voor de Regionale Brandweer in Midden- en Noord Zeeland vastgesteld. De regeling richtte zich voorlopig alleen op de preventieve taken van de regionale brandweer. Verdere regionalisering liep vertraging op door discussie over de locatie van de Centrale Post Ambulancevervoer, de CPA. Door de centrale ligging in de provincie leek Goes de meest logische plek. Vlissingen bracht daartegenin dat al gebruikgemaakt kon worden van de bestaande apparatuur van de brandweer.
Preventie
Op televisie verschenen in de jaren 1970 regelmatig Postbus 51-spotjes over brandpreventie. Een getekend brandweermannetje, het ‘Brandpreventje’, waarschuwde kijkers voor de gevaren van vuur in huis. Daarbij stonden de drie O’s centraal: ‘Onwetendheid’, ‘Onachtzaamheid’ en ‘Onoplettendheid’. De boodschap was duidelijk: ‘Voorkomen is beter dan blussen!’
Ook binnen het gemeentebestuur groeide de aandacht voor veiligheid. De gemeente stelde een gemeentelijk rampenplan op, waarbij vooral het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor aandacht kreeg. Daarover volgde overleg tussen de NS, de gemeente en de brandweer. Uit die gesprekken bleek dat de kans op een spoorongeval met gevaarlijke stoffen als “zeer gering” werd gezien. Toch maakten de betrokken partijen afspraken om de inzetplannen van de plaatselijke brandweer beter af te stemmen op die van de bedrijfsbrandweer van de NS.
Branden in de Goese binnenstad
Op 13 juni 1970 brak brand uit in een magazijn in de Vuilstraat. Het gebouwtje lag vol verpakkingsmateriaal en grensde aan een bakkerij en een verfwinkel, waardoor de situatie al snel zorgelijk werd. Veel vrijwilligers waren die dag echter naar een brandweertentoonstelling in de Amsterdamse RAI, waardoor slechts één spuit bemand kon worden. Daarom rukte ook het korps van Wolphaartsdijk uit om te assisteren. Gelukkig kreeg de brandweer het vuur snel onder controle.
In september 1970 moest de voormalige huishoudschool aan de Vlasmarkt, waar onder meer de bibliotheek en een architectenkantoor waren gevestigd, met ladders worden ontruimd. Door een weggegooide sigaret waren materialen onder de centrale trap in brand geraakt, waardoor de vluchtroute werd afgesneden. De brandweer stelde een ladder op aan de voorzijde van het gebouw, terwijl gemeentewerken aan de achterkant assisteerde met een ladder. Ondertussen gingen twee spuitgasten met perslucht en een waterstraal naar binnen om de brand te blussen.

Op 29 mei 1971 brak brand uit bij autospuiterij ‘Baarends’ in het Groene Weidje. Kortsluiting veroorzaakte het vuur, maar de brandweer had de situatie snel onder controle. Op 8 september volgde een grote en felle brand bij ‘Wasserij De Zon’. Ook in 1972 werd de brandweer meerdere keren zwaar op de proef gesteld. Zo waren er grote branden bij textielfabriek ‘Roko’ aan de Rozemarijnstraat en slijterij ‘Baljé’ aan de Kreukelmarkt. Bij de slijterij stond een opslagruimte met grote hoeveelheden flessen drank in brand. Met twee spuiten, de autoladder van Goes en een extra spuit uit Wolphaartsdijk, wist de brandweer het vuur uiteindelijk te blussen.
Een felle brand in de Lange Vorststraat legde op 1 mei 1973 meubelzaak ‘Sinke-De Graag’ in de as. Toch vielen deze branden in het niet bij de vuurzee die op 8 juni 1975 uitbrak in de Goese binnenstad. Tijdens een miljoenenbrand gingen vier winkelpanden verloren en werd een deel van de binnenstad zwaar getroffen.
In de nacht van maandag op dinsdag 20 juli 1976 werd bar ‘Thoreador’ in de Wijngaardstraat door brand verwoest. Persoonlijke ongelukken bleven gelukkig uit.
Op donderdagmiddag 15 december 1977 richtte een brand grote schade aan bij radiohandel ‘Van den Broek’ aan de Keizersdijk. Uit voorzorg werden de naastgelegen supermarkt en textielhandel ontruimd. De brandweer van Goes kreeg assistentie van het korps uit ’s-Heer Arendskerke. Na ruim een uur hadden de spuitgasten het vuur onder controle. Door de brand bleef een deel van de Goese binnenstad enkele uren afgesloten voor al het verkeer.
Ook in 1979 kraaide de rode haan opnieuw in de binnenstad. Het ‘Deltacenter’ aan de Beestenmarkt brandde volledig af.


Het Deltacentrum tijdens en na de brand.
(Willem Mieras)
Industriebranden
Op 9 mei 1974 brak brand uit op bedrijventerrein ‘Marconi’. Enkele maanden later, eind juli, stond grasdrogerij ‘Timmerman’ aan de ’s-Heer Hendrikskinderendijk in brand. De korpsen van Goes en Wolphaartsdijk bestreden het vuur met acht lagedrukstralen. Na de brand verhuisde de grasdrogerij naar Kortgene.


Nieuwe taak: technische hulpverlening
Tot aan de helft van de jaren 1970 beschikte de brandweer nog niet over gespecialiseerde materialen of vaste procedures om beknelde slachtoffers bij verkeersongevallen te bevrijden. De Chevrolet gereedschapswagen, die in 1967 van Kloetinge was overgenomen, kreeg daarom steeds vaker een rol als hulpverleningsvoertuig. Naast standaardgereedschap kwam in 1973 ook een ‘Porto-Power’-set op het voertuig. Met een handpomp kon de brandweer hydraulisch gereedschap gebruiken om bijvoorbeeld ruimte te maken of zware delen op te tillen. Ook schafte het korps een aggregaat aan.

Deze ontwikkeling volgde op een brief van de landelijke ‘werkgroep hulpverleningen’, die voortkwam uit de ‘commissie uitbreiding taken brandweer’. De werkgroep gaf korpsen advies over hoe zij deze nieuwe taken het beste konden organiseren. Daarmee werd een eerste stap gezet naar een landelijke inzetmethode en een meer uniforme bepakking van hulpverleningsvoertuigen.
Bij verkeersongevallen moesten ambulancemedewerkers en brandweerlieden in die jaren vaak improviseren. Toch rukte de brandweer steeds vaker uit voor incidenten die niets met brand te maken hadden.
Een belangrijke ontwikkeling volgde in 1977. Tijdens de beurs ‘Europort’ introduceerde ‘Holmatra’ het eerste zware redgereedschap, een hydraulische schaar. Het bedrijf maakte oorspronkelijk hydraulische machines voor de scheepsbouw. Een medewerker, die ook brandweervrijwilliger was, vroeg zich af of zulke techniek niet compacter gemaakt kon worden voor hulpverlening. Twee jaar later verscheen tijdens de Internationale Brandweertentoonstelling het eerste complete programma redgereedschappen, de ‘1000-serie’, op de Nederlandse markt. Kort daarna veranderde het bedrijf zijn naam in ‘Holmatro’, een merk dat nog altijd op veel brandweervoertuigen te vinden is.
Treinramp Eindewege
Een van de eerste grote beknellingen waarbij de brandweer werd ingezet, was de Treinramp bij Goes. Op 27 oktober 1976 ging het kort na kwart over zeven ’s morgens mis toen een goederentrein en een reizigerstrein met elkaar in botsing kwamen. Het ongeval had grote gevolgen. Zeven mensen kwamen om het leven en zeven anderen raakten gewond.
Andere dienst- en hulpverlening kwamen in vele vormen. In 1978 was er een gasexplosie in de M.D. de Grootstraat, de brandweer kwam helpen. In januari 1979 kreeg de brandweer van Goes een bijzondere taak. Op het terrein van de Keuringsdienst van Waren hielpen brandweerlieden bij de vernietiging van ruim duizend ‘glitterlampen’. De lampen, afkomstig uit heel Zeeland, waren mogelijk gevaarlijk door de vloeistof in de glazen behuizing. Om risico’s te voorkomen, werd de inhoud gecontroleerd verbrand. De actie vond plaats onder toezicht van de keuringsdienst, terwijl nog onderzoek liep naar de veiligheid van de populaire sfeerlampen.


Een gasexplosie aan de Grootstraat en het vernietigen van lampen. De brandweer doet meer dan blussen.
(Willem Mieras)
Nieuw materieel
Voor de brandbestrijding op de Rijksweg 58 kocht de brandweer twee poederblusaanhangers. De wagens beschikten over een poedertank van 250 kilo en waren bedoeld voor het bestrijden van voertuigbranden en incidenten met brandbare vloeistoffen. Eén aanhanger kreeg een plek bij de kazerne in ’s-Heer Arendskerke, de andere werd gestationeerd aan de Brouwersgang in Goes.
In 1975 kreeg het korps van ’s-Heer Arendskerke feestelijk een nieuwe tankautospuit overhandigd. Tegelijkertijd ontving Goes twee nieuwe motorspuitaanhangers en kreeg het korps van Kattendijke een derde exemplaar. De overdracht vond plaats in het ‘Lunchcafé’ op de Grote Markt. De nieuwe wagen van ’s-Heer Arendskerke was een van de eerste Mercedes-Benz 608D tankautospuiten in de regio. Het type groeide in de jaren daarna uit tot een populair brandweervoertuig. Twee jaar later nam het korps aan de Torenring een nieuwe kazerne in gebruik, zodat de wagen ook een passend onderkomen kreeg.
Bolneus voor Goes
In 1977 was ook de stad Goes toe aan een nieuwe brandweerwagen. Het korps nam een nieuwe tankautospuit in gebruik, opnieuw van Mercedes-Benz LF1113, maar dan van een groter type dan in ’s-Heer Arendskerke. De zogenoemde ‘Rundhauber’, in de volksmond ook wel ‘Bolneus’ genoemd, beschikte over een gecombineerde hoge en lagedrukpomp en een watertank met 2400 liter bluswater.


In 1979 kregen ook Kattendijke en Wolphaartsdijk een nieuwe tankautospuit. Beide korpsen namen een Mercedes-Benz 608D in gebruik. De wagens kregen een witte horizontale streep, de nieuwe huisstijl van de brandweer. Verder waren ze vrijwel identiek aan de wagen die in 1975 aan het korps van ’s-Heer Arendskerke was geleverd.
In alle nieuwe voertuigen zit standaard een mobilofoon ingebouwd.
Ademlucht
In 1978 werd ademlucht standaard onderdeel van de uitrusting van de tankautospuiten. Op ieder voertuig moesten minimaal vier toestellen aanwezig zijn. De ademluchttoestellen verdwenen uit de losse kisten en kregen een vaste plek in de manschappencabine. Daardoor konden brandweermensen tijdens het aanrijden al hun ademlucht omhangen, zodat zij direct inzetbaar waren zodra het voertuig ter plaatse kwam.
De jaren 1970 sloten af met een brandweerorganisatie die groter, moderner en beter uitgerust was dan ooit tevoren. Nieuwe voertuigen, een breder takenpakket en regionale samenwerking legden de basis voor een volgende periode van verandering. Maar de jaren 1980 zouden opnieuw veel vragen van de Goese brandweer. Grote branden zouden het korps stevig op de proef stellen, onder meer de veilingbrand, de brand in de sporthal en later ook bij McCain. Tegelijk bleef de organisatie zich ontwikkelen. Nieuwe technieken deden hun intrede en aan het einde van het decennium kreeg de brandweer in Goes een langgekoesterde wens in vervulling met de opening van een nieuwe brandweerkazerne. Een periode vol grote incidenten en vernieuwing diende zich aan.

