Woordenlijst en afkortingen
Thuis in het brandweerjargon
A
Autoladder – AL – Voertuig met uitschuifbare ladder, vaak 30 meter.
B
Basiseenheid – Tankautospuit bestaande uit 6 personen. 1 chauffeur, 1 bevelvoerder en 2 ploegen van 2 personen.
Bevelvoerder – B – Repressief leidinggevende van een tankautospuit.
C
C2000 – Communicatiesysteem met mobilofoons en portofoons waarmee hulpdiensten onderling communiceren.
Combi-haakarmbak – Oude benaming voor de dompelpomphaakarmbak
Commando Plaats Incident – COPI – Operationele leiding op de plaats van een incident.
Compagnie – Twee pelotons en een ondersteuningspeloton.
D
Dompelpomphaakarmbak – DPH – Haakarmbak met dompelpomp.
Dompelpompunit – DPU – Grote mobiele bluspomp welke grote hoeveelheden water kan verpompen. Vaak geïntegreerd op een DPH, maar kan ook los op een aanhangwagen geplaatst worden.
E
F
G
Grote brand/hulpverlening – Incident waar 3 basiseenheden (tankautospuiten) worden ingezet.
GRIP – Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure – De naam van de werkwijze waarmee bepaald wordt hoe de coördinatie tussen hulpverleningsdiensten verloopt. In deze procedure is de centrale gedachte dat grotere incidenten meer onderling gecoördineerd afgehandeld moeten worden.
GRIP 1 – Incident van beperkte afmetingen. Afstemming tussen de verschillende disciplines nodig, vaak alleen bronbestrijding.
GRIP 2 – Incident met duidelijke uitstraling naar de omgeving. Vaak zowel bron- als effectbestrijding.
GRIP 3 – Bedreiging van het welzijn van (grote groepen van) de bevolking binnen één gemeente.
GRIP 4 – Gemeentegrensoverschrijdend (of dreiging van) of mogelijk schaarste aan primaire levensbehoeften.
GRIP 5 – Een ramp of crisis die zich uitstrekt over meer dan één veiligheidsregio.
GRIP RIJK – Een crisis waarbij diverse ministeries betrokkenheid hebben, kan dat reden zijn om GRIP Rijk af te kondigen.
Gevaarlijke Stoffen Eenheid – Brandweer eenheid speciaal ingericht voor incidenten met gevaarlijke stoffen. Dit team kan optreden in gaspak.
H
Haakarmvoertuig – HA – Vrachtwagen met grote haak die haakarmbakken kan vervoeren.
Haakarmbak – ..H – Bak voor op haakarmvoertuig met diverse ladingen.
Hoge druk – HD – Blussysteem van een tankautospuit met 40 bar druk. Slangen zitten op haspels in de voertuigen en zijn vaak 90 meter lang.
Hulpverleningsvoertuig – HV – Voertuig uitgerust voor hulpverleningsincidenten voorzien van diverse (zware) gereedschappen. Een HV1 is voorzien van een kraan.
Hoogwerker – HW – Voertuig met hoogwerker van vaak 30 meter.
I
Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen – IBGS – Het bestrijden van incidenten waarbij chemicaliën betrokken zijn.
J
K
Kazerne Volgorde Tabel – KVT – Tabel waarop vermeld staat welk voertuig in welke volgorde het snelst ter plaatse kan zijn in een bepaald gebied of vak.
Kleine brand/hulpverlening – Incident waar 1 basiseenheid (tankautospuit) wordt ingezet.
KLPD – Korps Landelijke Politie Diensten
L
Lage druk – LD – Blussysteem van de brandweer met ongeveer 5 bar werkdruk, slangen zijn 20 meter lang en kunnen gekoppeld worden.
M
Middelbrand/-hulpverlening – Incident waar 2 basiseenheden (tankautospuit) worden ingezet.
Motorspuitaanhanger – MSA – Aanhanger met daarop een bluspomp. Deze kan op moeilijk bereikbare plaatsen komen.
N
Nieuwe Tankautospuit – NTS – Compacte tankautospuit waarbij ook met vier mensen uitgerukt kan worden.
O
Operationeel Centrum Brandweer – OCB – Meldkamer/alarmcentrale
Ongeval Gevaarlijke Stoffen – OGS – Een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zoals chemicaliën betrokken zijn, tegenwoordig IBGS.
Openbaar meldsysteem – OMS – Het Openbaar Meldsysteem verbindt de brandmeldinstallatie van uw inrichting met de meldkamer van de regionale brandweer. Het doel van OMS is het tijdig en automatisch verzenden van een brandmelding, zodat de meldkamer kan beoordelen of er sprake is van acute noodsituatie die vraagt om brandweerzorg.
Officier van Dienst – OD of OvD – Leidinggevende functie tijdens incidentbestrijding.
OVD-B – Officier van Dienst Brandweer
OVD-BZ – Officier van Dienst Bevolkingszorg – Gemeentelijk functionaris verantwoordelijk voor de bevolkingszorgprocessen.
OVD-G – Officier van Dienst Geneeskundig – Leidinggevende functie van de geneeskundige organisatie tijdens incidentbestrijding.
OVD-P – Officier van Dienst Politie
OVD-RWS – Officier van Dienst Rijkswaterstaat
P
P2000 – Systeem waarmee brandweerpagers en andere randapparatuur worden gealarmeerd.
Particuliere Alarmcentrale – PAC – Alarmcentrale van een bedrijf waarop een brandmeldinstallatie aangesloten kan zijn.
Poederblusaanhanger – PBA – Aanhanger speciaal ingericht om met bluspoeder te kunnen blussen.
Peloton – Vier basiseenheden met ondersteunende voertuigen.
Personen/materialen voertuig – PM – Voertuig ingericht voor het vervoer van materialen en/of personen.
Prio 1 – Incidenten met hoge prioriteit waarbij slachtoffers betrokken zijn of dreigen te raken of grote materiële schade. Voertuigen mogen met zwaailicht en sirene rijden.
Prio 2 – Minder urgente melding waarbij hulp van de brandweer wel nodig is. Zwaailicht en sirene zijn niet toegestaan.
Q
R
Regionale alarmcentrale – RAC – Tegenwoordig OCB
Regionaal Operationeel Team – ROT – Dit team is de organieke verschijningsvorm bij GRIP 2 en hoger. Het ROT komt bijeen in Middelburg en hefet contact met het commando bij het incident, het COPI.
Redvoertuig – RV – Dit kan zowel een autoladder als een hoogwerker zijn.
S
Schuimblusvoertuig – SB – Voertuig dat met blusschuim kan blussen.
Slangenhaakarmbak – SLH – Haakarmbak gevuld met slangen, meestal 3 km aan slanglengte.
Slangopneemapparaat – SO – Apparaat om 150 mm slangen op te ruimen in een haakarmbak.
T
Tankautospuit – TS – Type voertuig dat de brandweer normaal gesproken inzet als basisvoertuig. Het voertuig is zo ingericht dat de eerste slag geslagen kan worden bij brandbestrijding of ongevallen.
Team Brandonderzoek – Team dat onderzoek doet naar branden, hun oorzaak en de bestrijding ervan door de brandweer.
Torenstraal – Waterstraal die vanaf de autoladder of hoogwerker wordt ingezet voor blussing van bovenaf.
U
V
Verkenningseenheid Brandweer – VEB – Team dat metingen uitvoert om uitsluitsel te krijgen over het wel of niet aanwezig zijn van gevaarlijke stoffen.
Verzorgingshaakarmbak – VZH – Haakarmbak ingericht om te rusten, eten en drinken voor brandweermensen.
W
Warmtebeeldcamera – Infraroodcamera waarmee bijvoorbeeld door rook heen “gekeken” kan worden.
WBDBO – Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag – Mate van brandwerendheid van bijvoorbeeld een wand.
Waterongevallenvoertuig – WO – Brandweer voertuig speciaal ingericht voor waterongevallen bestrijding. Vaak ook duikwagen genoemd.
Watertransportsysteem – WTS – Systeem waarbij grote hoeveelheden bluswater over grote afstanden getransporteerd kunnen worden.
WTS 200 – Watertransportsysteem 200 meter – Systeem waarbij bluswater over 200 meter afstand getransporteerd kunnen worden.
WTS 1000 – Watertransportsysteem 1 km – Systeem waarbij bluswater over maximaal 1km afstand getransporteerd kunnen worden.
WTS 2500 – Watertransportsysteem 2,5 km – Systeem waarbij bluswater over 2,5 km afstand getransporteerd kunnen worden.
Waarschuwings- en Verkenningsdienst – WVD – Team dat metingen uitvoert om uitsluitsel te krijgen over het wel of niet aanwezig zijn van gevaarlijke stoffen. Sinds 2020 heet dit team VEB.
X
Y
Z
Zeer Grote brand/hulpverlening – Brand waar minimaal 4 (tank)autospuiten worden ingezet. Peletonsinzet.
